Sharpless 132, ook wel de Leeuwennevel genoemd, is een uitgestrekte emissienevel aan de hemel in het sterrenbeeld Cepheus, dicht bij de grens met Lacerta. Deze nevel ligt op ongeveer 10.000 lichtjaar afstand en is onderdeel van een groter stervormingsgebied in de spiraalarm van de Melkweg. Het gebied is rijk aan geïoniseerd gas, jonge sterren en complexe structuren van stof en emissie.
De naam "Leeuwennevel" verwijst niet naar het sterrenbeeld Leeuw, maar naar de vorm van de nevel, die op sommige opnames lijkt op het hoofd van een leeuw — met manen van nevelstructuren die uitwaaieren in de ruimte.
Sh 2-132 is een uitdagend maar lonend doelwit, vooral voor astrofotografie met smalbandfilters (Hα, OIII, SII). De nevel is rijk aan detail en structuur, waaronder filamenten, boogvormige shockgolven en donkere stofbanden. Door de lage oppervlaktehelderheid zijn lange integratietijden nodig om de zwakkere delen goed in beeld te brengen.
De Leeuwennevel is een klassiek voorbeeld van een H II-gebied, waarin jonge, hete sterren het omringende waterstofgas ioniseren. Dit proces geeft niet alleen licht, maar is ook een belangrijke stap in de levenscyclus van sterren: van gaswolk tot ster en uiteindelijk weer terug naar het interstellaire medium.
Wat is er allemaal te zien in deze foto?
Emissienevelstructuren (H II-gebied)
De rode en blauwe/groene kleuren in de nevel worden veroorzaakt door geïoniseerde gassen: Roodtinten duiden op emissie van Hα (geïoniseerd waterstofgas), typisch voor gebieden waar jonge, hete sterren hun omgeving ioniseren. Groenblauw komt waarschijnlijk van [O III] (doubly ionized oxygen), dat vaak voorkomt in warmere, energierijkere zones.
Deze kleuren zijn typisch in smalbandfotografie, waarbij filters worden gebruikt om specifieke emissielijnen in beeld te brengen (zoals Hα, OIII en SII). Je opname lijkt een compositie te zijn in de HOO- of SHO-stijl, waarbij zuurstof, zwavel en waterstof op verschillende RGB-kanalen worden toegewezen.
Ionisatiefronten en boogstructuren
Op meerdere plaatsen in de nevel zie je boogvormige grenzen tussen donkere en heldere gebieden. Dit zijn zogeheten ionisatiefronten, waar de straling van jonge sterren het omliggende gas wegdrukt en verwarmt. Deze randen zijn frontlinies van actieve stervorming, vergelijkbaar met de ‘pilaren van schepping’ in de Adelaarsnevel.
Donkere stofstructuren (Bok-globules en filamenteuze schaduwen)
Verspreid over de nevel zijn donkere slierten en klompjes te zien. Dit zijn dichte wolken van interstellair stof, soms Bok-globules genoemd, die het licht van de achterliggende emissienevel blokkeren. Deze structuren zijn mogelijk de bakermat van toekomstige sterren — hun dichtheid maakt ze interessant voor onderzoek naar gravitationale instorting en protostervorming.
Exciterende sterren
Hoewel moeilijk individueel zichtbaar op deze schaal, wordt Sharpless 2-132 vooral geïoniseerd door het heldere binaire systeem HD 211564, dat bestaat uit een O-type ster — een van de heetste en meest energierijke stertypes. Deze stelsels produceren intense UV-straling die het omringende gas ioniseert, een cruciaal proces voor de vorming van H II-gebieden.
Wetenschappelijke relevantie
Stervorming: Sh2-132 is een actief stervormingsgebied, een natuurlijk laboratorium voor de studie van hoe sterren ontstaan en hoe hun energie-injectie de evolutie van nevels beïnvloedt.
ISM-dynamiek: De wisselwerking tussen straling, gasdruk en zwaartekracht in de nevel geeft inzicht in de fysica van het interstellaire medium.
Smalbandanalyse: Door gebruik te maken van verschillende emissielijnen kunnen astrofotografen en wetenschappers de temperatuur, dichtheid en chemische samenstelling van het gas inschatten.
